Hoofdbeeld Stichting Zie

Eerste hulp bij aanvallen

Wat moet u doen als uw kind een aanval heeft? In het algemeen is het vooral van belang dat u rustig blijft, zodat u uw kind goed kunt helpen. Gelukkig gaat de aanval meestal vanzelf weer over.

Veiligheid
Belangrijk is dat u zorgt voor de veiligheid van uw kind. Bespreek met de behandelaar van uw kind, of met de betrokken epilepsieconsulent of epilepsieverpleegkundige, welke risico’s uw kind loopt door het type aanval(len) dat hij heeft. Overleg ook welke voorzorgsmaatregelen u kunt nemen. Bij een complex-partiële aanval kan uw kind bijvoorbeeld blijven lopen en daardoor zonder het te beseffen in gevaarlijke situaties terecht komen. Het is niet nodig het lopen te voorkomen. Uw kind begeleiden naar een veilige plek is voldoende. Uw kind heeft een verlaagd bewustzijn. Door tegen hem te praten, schept u een veilige, vertrouwde situatie.

Bij een tonisch-clonische aanval bestaat het risico dat uw kind zich bezeert of zich verslikt. Bij zo’n aanval legt u uw kind op de zij, zodat eventueel speeksel de mond uit kan lopen en uw kind zich niet kan verslikken. Leg een kussentje of iets anders onder het hoofd van uw kind. Zorg ervoor dat uw kind zijn armen of benen tijdens het schokken niet kan bezeren: zet bijvoorbeeld een stoel opzij, of verschuif uw kind naar een veilige plek.

Soms is het niet mogelijk om uw kind tijdens de aanval in zijligging te leggen, bijvoorbeeld omdat uw kind nog te veel schokt. Probeer dan of u in elk geval het hoofd van uw kind zo kunt neerleggen dat het speeksel weg kan lopen. Het is van belang om uw kind in ieder geval ná de aanval op zijn zij te leggen tot uw kind weer een beetje is bijgekomen. Ook na de aanval blijft het risico van verslikken namelijk bestaan. Om dezelfde reden moet u uw kind ook niet direct na een tonisch-clonische aanval iets te eten of te drinken geven.

Stop nooit iets in de mond van uw kind zoals soms wordt geadviseerd. Uw kind kan tijdens de aanval iets kapotbijten, en daardoor in de problemen komen. Bovendien kunt u zelf ernstig letsel aan uw vingers oplopen. Soms bijt een kind tijdens een aanval op de tong. Daarbij kan uw kind gaan bloeden, wat een akelig gezicht is en achteraf ook pijnlijk kan zijn. Gelukkig herstelt zo’n tongbeet binnen een paar dagen.

Aanvallen stoppen
Van belang is ook dat u in de gaten houdt hoe lang de aanval duurt. Sommige aanvallen kunnen wel een paar minuten duren, andere aanvallen duren maar enkele seconden. Bij sommige kinderen kan een tonisch-clonische aanval lang aanhouden. Het kind komt dan in ademnood en loopt blauw aan. Dan kan het noodzakelijk zijn de aanval(len) met noodmedicatie te stoppen. dat wordt couperen genoemd. De bedoeling van het couperen is te voorkomen dat de aanval heel lang duurt, of dat de ene aanval overgaat in de volgende. Vroeger werd die situatie ook wel ‘status epilepticus’ genoemd. Tegenwoordig spreken we al na vijf minuten van een ‘dreigende status epilepticus’. Op dat moment moet u al ingrijpen en proberen de aanval te stoppen.

Aanvallen stoppen (couperen)
Het is belangrijk om met de behandelaar van uw kind afspraken te maken over het eventueel couperen van aanvallen, en die afspraken op schrift te zetten. Hoe zo’n coupeerbeleid (protocol) er uit ziet verschilt per kind.

Coupeerbeleid
In het coupeerbeleid staat beschreven onder welke omstandigheden de aanval moet worden gestopt: meestal is dat na drie tot vijf minuten verstijven of schokken. Verreweg de meeste aanvallen duren korter. Maar als aanvallen bij uw kind moeilijk te stoppen zijn, kan de arts adviseren de noodmedicatie meteen bij het begin van een grote aanval toe te dienen. De kans dat de aanval dan stopt, is groter dan wanneer u nog enkele minuten wacht. In het coupeerbeleid staat ook aangegeven welk middel u moet gebruiken en in welke hoeveelheid. Verder is vastgelegd of u het couperen een keer mag herhalen en wanneer u een ambulance moet bellen. De afspraken die zijn gemaakt over het couperen moeten bekend zijn bij iedereen die voor uw kind zorgt. Handig is om het coupeerbeleid te kopiëren voor alle betrokkenen en het goed met hen door te spreken. Ook is het van belang dat iedereen weet hoe de noodmedicatie moet worden toegediend. En natuurlijk moet de noodmedicatie altijd voorhanden zijn, waar uw kind ook is.

Na de aanval
Soms is iemand na een aanval niet meteen helemaal hersteld. hij/zij is dan verward, heeft hoofdpijn, of gedraagt zich niet normaal, is soms zelfs agressief. Dit worden post-ictale verschijnselen genoemd. Dit kan voor misverstanden zorgen. Voor ‘de buitenwereld’ is de aanval immers voorbij. Maar ook na een aanval is iemand dus niet altijd meteen weer ‘zichzelf’. Blijf er bij, geef uw kind de gelegenheid om in rust en veiligheid te herstellen.